In memoriam pr. Etienne Vandaele

(Een dankbare herinnering gebracht door Els Goudenhooft.)

Toen ik in 1998 als parochie-assistent benoemd werd in het decanaat Lichtervelde, besefte ik niet dat de plaatselijke kerk, ons bisdom, aan de vooravond stond van grote en grondige hervormingen.

De eerste beslissing binnen mijn terrein was het verminderen van het aantal decanaten, waardoor het decanaat Lichtervelde in 2001 werd opgeheven. Onze deken Jos Gheysens werd in Poperinge benoemd en voor ons was het wachten op een nieuwe pastoor, voor mij was het wachten op een nieuwe leidinggevende, zeg maar een nieuwe baas…

En toen kwam Etienne. Na een lange benoeming in het onderwijs én een lange benoeming als aalmoezenier in het ziekenhuis kreeg Etienne nu de zorg van een parochie, met in het vooruitzicht de vorming van de federatie. Ik herinner me nog als de dag van gisteren de aanstellingsviering: naast de ‘goesting‘ die Etienne had om aan deze nieuwe taak vorm te geven, hoorden we meteen ook zijn voorwaarde, nl dat hij verder de kans kreeg om samen met zijn zussen en broers de zorg voor zijn moeder op zich te nemen, en dat betekende dat Etienne elke dinsdagmiddag naar zijn thuis in Wakken trok om voor moeder te zorgen, tot de woensdagavond.

En Etienne vertelde daar ook over, met veel toewijding en liefde, maar in zijn verhaal hoorden we ook hoe gehecht hij was aan zijn thuis, de boerderij waar hij was geboren en groot geworden, het land, de tuin, de lange haag en… de kerselaar. Hij vertelde hoe hij eigenhandig een groot net gemaakt had, hij klom elk voorjaar tot in de nok, in de kruin van de boom om het net uit te spreiden zodat vogels “zijn” kersen niet op konden eten. En hoe hij, eenmaal de kersen rijp waren terug de boom in klom om die kersen te plukken en uit te delen… De kerselaar is al die jaren daarna, elk voorjaar, een belangrijk gespreksonderwerp gebleven, de kersen hebben ons al die jaren daarna blijven smaken.

Op de parochie – en een tijdje later de federatie – hebben Etienne en ikzelf  stap voor stap onze weg gezocht én gevonden, want beiden hadden we niet echt veel ervaring met parochie en federatie. In alle beslissingen die Etienne nam vond hij het belangrijk dat vrijwilligers zichzelf konden zijn, hun talenten konden ontplooien, mee helpen denken. Etienne was niet echt de pastoor die op kop liep, aanstuurde, hij was geen voortrekker, neen hij was de man van de “samen gedeelde verantwoordelijkheid”, wel met een uitgesproken mening, maar evenzeer rekening houdend met de mening van zijn team, zijn medewerkers. En het gebeurde wel eens dat Etienne zijn mening opzij moest zetten om volop mee te denken in het idee, de visie van de werkgroep of het team.

Federatie vormen, twee parochies op elkaar afstemmen, laten samenwerken, én tegelijkertijd veel aandacht schenken aan de eigenheid van elke parochie, was indertijd een grote uitdaging. Gelukkig konden we rekenen op een ijzersterk team waarmee we regelmatig samen kwamen en elk teamlid ontving op zijn of haar beurt de vergadering bij zich thuis. Etienne slaagde erin om ook aan de huisgenoten, echtgenoot of kinderen, aandacht te schenken.

We hebben veel gewerkt in die teamvergaderingen, visie gevormd, toekomst gemaakt, maar we waren nooit echt vroeg terug thuis. En dat had niets te maken met de agenda van de vergadering, of de wijze van vergaderen, maar wel met de kans die we kregen om na de vergadering op adem te komen, op verhaal. En de ene keer was het lachen geblazen, de andere keer deelden we het leed dat elke mensenleven met zich meebrengt… We zijn Etienne tot op de dag van vandaag dankbaar voor die hechte vriendschap die dankzij hem de kans gekregen heeft te groeien en vrucht te dragen.

Priester zijn is Jezus aanwezig stellen onder de mensen, in de eucharistie, in de tekenen van brood en wijn, in het verkondigen van Gods woord, de blijde boodschap, het evangelie.

Priester zijn, is ook herder zijn, als een herder zorg dragen voor wie aan hem is toevertrouwd.

Etienne is ons vele keren voorgegaan in de eucharistie: in het verkondigen van Gods Woord, in het aanwezig stellen van Christus in de tekenen van brood en wijn. En hij deed dat telkens op zijn manier, niet met al te grote woorden, niet met al te veel tralala, maar eenvoudig en recht uit het hart, beseffend dat ook hij maar te dienste stond van het grote mysterie dat Christus heet.

Het herderlijke van zijn priester-zijn heb ik elke dag opnieuw mogen ervaren, die 10 jaar dat we hebben samengewerkt: ik heb kansen gekregen, terechtwijzingen én complimentjes, ruimte om mijn talenten te ontwikkelen, hij is me voorgegaan in gebed, in dienstbaarheid en vertrouwen, we hebben lief en leed gedeeld; mijn baas, mijn leidinggevende is gaandeweg mijn grote vriend geworden, hij blijft mijn vriend voor altijd en eeuwig en daarvoor wil ik hem dank zeggen…

Els Goudenhooft