De Paaskaars 2026 : toelichting 3 kruisen

text : Dominique De Spiegelaere - foto : priester Luc

Het kruis in deze Paaskaars is drievuldig opgebouwd:

  • Het paarse kruis verwijst naar de dood die (als laatste vijand, 1 Kor 15, 26) met Pasen overwonnen wordt.
  • Het blauwe kruis verwijst naar het water van de doop, waardoor we deel hebben aan het leven, de dood en de verrijzenis van Christus (Rom 6, 4).
  • Het groene kruis met de bladeren legt enerzijds de link met de stronk van Isaï (en verbindt Kerst en Pasen) en anderzijds met het evangelische beeld van de wijnstronk en de ranken. Ook de associatie met palmtakken (Aswoensdag & Palmzondag) biedt mogelijkheden tot verdieping.

Kortom: vanuit onze doop (waarvan we de beloften hernieuwen tijdens het Paasfeest) hebben we deel aan het mysterie van Pasen, worden wij Kerk en gebeurt vandaag opnieuw wat Jesaja eeuwen geleden aankondigde:  “een tak ontspruit aan de stronk van Isaï, een twijg ontbloeid aan zijn wortels” (Jes 11,1). Of met het beeld van Jezus: verbonden met de ware wijnstok groeien de ranken en brengen ze vrucht voort.

De kruisen zelf zijn getekend als wimpels in de wind, hierbij verwijzend naar het oersymbool van de Geest (wind, adem). Gods Geest is ongrijpbaar, oncontroleerbaar, waait waar hij wil (Joh 3,8), en is tegelijkertijd tijd strelend nabij, zoals een zachte bries (cf. Elia, 1 Kon 19, 12). Wimpels hebben ten slotte ook een feestelijk karakter.

Pasen als feest van bevrijding, van overwinning,
van God, Jahweh.