Vast – Bid – Geef!

Drie praktijken die Jezus ons aanreikt.

Ze herstellen, vernieuwen.

  • de band met de aarde – vasten,
  • de band met de medemens – aalmoes,
  • de band met God – gebed.

De aarde, de materie – uit de aarde genomen. Vasten is eerbiedig omgaan met de schepping. Het is de uitdrukking van de nederigheid van het schepsel tegenover God. Vasten is niet alles wat ons gegeven wordt negeren, maar doseren in het besef dat Gods gaven er zijn voor elke mens, voor alle leven. Vasten is het herstellen van Gods bedoeling – rein genoten en mild gedeeld. Vasten ontwapent ons.

Aalmoes is eerbiedig omgaan met de medemens, met onze naaste mens in het besef dat elk mens ‘kind van de Vader’ is – broer, zus. Aalmoes is nee zeggen aan onverschilligheid, aan veronachtzaming, aan gebruiken van. Aalmoes is de hoeder worden van zijn broeder. Elk ander gaat mij aan. En er zijn vele vormen van aalmoes: evident steun aan de noodlijdende, maar evenzeer een blik van onze ogen, een ogenblik, aandacht, zorg, vergeving. Ons laten raken door de ander, aanraken. Denken we maar aan het woord van Mahatma Gandhi: “We moeten de onaanraakbaarheid uit ons leven bannen”.

Gebed is eerbiedig omgaan met God – Vader, Zoon en heilige Geest. Gebed is in relatie treden, ontmoeting. Gebed is luisteren aan een Ander en antwoordend ingaan op het woord van die Ander. Gebed is niet zozeer een in-zichzelf-treden, maar een uit-zichzelf-treden om in een relatie van ontvankelijkheid te staan tegenover God.

Vasten, aalmoes, gebed. Zusters en broeders, wij worden uitgenodigd om ze een plaats te geven in deze tijd naar Pasen toe. Niet opzienbarend, niet voor het oog van de mensen, niet met bazuingeschal, maar ongezien, stil, in het verborgene. En de Vader die in het verborgene ziet, Hij weet! Vasten, aalmoes, gebed – misschien zijn het vormen van kleine goedheid: fragiel, zomaar, zonder getuige, in stilte voltrokken, bescheiden, zonder triomf, gratuit.

bron: Verrassend Vreugdevol, katholiek onderwijs regio West-Vlaanderen